|
|||||||
|
|
Inhoudsopgave Hier volgt een lijst van de bestanden die gebruikt worden om netwerkconnectiviteit te configureren. De opbouw van de bestanden worden in de volgende secties beschreven.
Netwerkconnectiviteit is één van de de sterke kanten van Unix en NetBSD is geen uitzondering: de netwerkconnectiviteit is krachtig en eenvoudig in te stellen en is ook goedkoop, omdat u geen additionele software hoeft te kopen om te kunnen communiceren met een server of zelf een server op te zetten. Het enige waar u op moet letten voordat u een netwerk opzet is of de netwerkkaarten die u gaat gebruiken ondersteund worden door NetBSD (bekijk het INSTALL bestand voor een lijst van ondersteunde kaarten). Eerst moeten de netwerkkaarten geïnstalleerd worden en verbonden worden met een hub, switch of een rechtstreekse verbinding. Daarna moet u controleren of de netwerkkaarten door de kernel herkend worden door te kijken naar de uitvoer van het dmesg commando. In het volgende voorbeeld heeft de kernel succesvol een NE2000 kloon herkend:
...
ne0 at isa0 port 0x280-0x29f irq 9
ne0: NE2000 Ethernet
ne0: Ethernet address 00:c2:dd:c1:d1:21
...
Als de kaart niet herkend wordt door de kernel moet u controleren of de ondersteuning voor de kaart ingeschakeld is in het kernel configuratiebestand en of IRQ instellingen in de kernel overeenkomen met de IRQ van de kaart (dit geldt met name voor ISA kaarten). Dit is bijvoorbeeld de configuratieregel voor ISA NE2000 kaarten in het configuratiebestand, de kernel verwacht dat de kaart IRQ 9 gebruikt:
...
ne0 at isa? port 0x280 irq 9 # NE[12]000 ethernet cards
...
Als de configuratie van de kaart anders is wordt het waarschijnlijk niet gevonden tijden het starten van het systeem. Verander in dat geval de desbetreffende regel in de kernelconfiguratie en compileer een nieuwe kernel of verander de instellingen van de kaart (gewoonlijk kan dit met een setup diskette of, bij oudere kaarten, met een jumper op de kaart). Het volgende commando toont de huidige configuratie van de netwerkkaart:
# ifconfig ne0
ne0: flags=8822<BROADCAST,NOTRAILERS,SIMPLEX,MULTICAST> mtu 1500 media: Ethernet 10base2
De softwareconfiguratie van de netwerkkaart is erg eenvoudig. Het IP adres is "192.168.1.1" (dit adres is gereserveerd voor internet netwerken) en wordt toegekend aan de kaart.
# ifconfig ne0 inet 192.168.1.1 netmask 0xffffff00
Herhaling van het commando ifconfig ne0 geeft nu het volgende resultaat:
# ifconfig ne0
ne0: flags=8863<UP,BROADCAST,NOTRAILERS,RUNNING,SIMPLEX,MULTICAST> mtu 1500
media: Ethernet 10base2
inet 192.168.1.1 netmask 0xffffff00 broadcast 192.168.1.255
De uitvoer van het ifconfig commando is nu veranderd: het IP adres wordt nu getoond en er zijn twee nieuwe vlaggen, "UP" en "RUNNING". Als de interface niet "UP" is zal het niet door het systeem gebruikt worden om packets te versturen. De host heeft het IP adres 192.168.1.1 gekregen, dit adres behoort tot een reeks van adressen die gereserveerd is voor interne netwerken die niet bereikbaar zijn via het internet. De configuratie is nu voltooid en moet getest worden; als er een andere host op het netwerk is kunnen de instellingen met ping getest worden. Als bijvoorbeeld 192.168.1.2 het adres is van de andere host, probeer dan:
# ping 192.168.1.2
PING ape (192.168.1.2): 56 data bytes
64 bytes from 192.168.1.2: icmp_seq=0 ttl=255 time=1.286 ms
64 bytes from 192.168.1.2: icmp_seq=1 ttl=255 time=0.649 ms
64 bytes from 192.168.1.2: icmp_seq=2 ttl=255 time=0.681 ms
64 bytes from 192.168.1.2: icmp_seq=3 ttl=255 time=0.656 ms
^C
----ape PING Statistics----
4 packets transmitted, 4 packets received, 0.0% packet loss
round-trip min/avg/max/stddev = 0.649/0.818/1.286/0.312 ms
Met de instellingen tot zover moet de netwerkkaart na het herstarten van het systeem weer opnieuw ingesteld worden. Om te voorkomen dat de netwerkkaart na elke herstart weer geconfigureerd moet worden moeten twee dingen gedaan worden: maak eerst het bestand /etc/ifconfig.interface aan, waarin "interface" vervangen wordt met de naam die de kernel aan de netwerkkaart toegekend heeft (dus in het gebruikte voorbeeld moet het bestand /etc/ifconfig.ne0 aangemaakt worden) met de volgende regel:
inet 192.168.1.1 netmask 0xffffff00
Voeg vervolgens de volgende instelling aan /etc/rc.conf toe:
auto_ifconfig=YES
Na de volgende start van het systeem zal de netwerkkaart automatisch geconfigureerd worden. Het /etc/hosts bestand is een database van IP adressen en tekstuele equivalenten: het is handig om alle hosts op het internet netwerk hier aan toe te voegen. Bijvoorbeeld: Voorbeeld 8.1. /etc/hosts
# $NetBSD: chap-net.html,v 1.10 2004/05/01 13:41:43 daniel Exp $
#
# Host Database
# This file should contain the addresses and aliases
# for local hosts that share this file.
# It is used only for "ifconfig" and other operations
# before the nameserver is started.
#
#
127.0.0.1 localhost
#
# RFC 1918 specifies that these networks are "internal".
# 10.0.0.0 10.255.255.255
# 172.16.0.0 172.31.255.255
# 192.168.0.0 192.168.255.255
192.168.1.1 ape.insetti.net ape
192.168.1.2 vespa.insetti.net vespa
192.168.1.0 insetti.net
Om alles op te sommen, om netwerkconnectiviteit te configureren moet het volgende gedaan worden: de netwerkkaarten moeten geïnstalleerd en fysiek aangesloten worden. Daarna moeten ze geconfigureerd worden (met ifconfig) en tenslotte moeten het /etc/hosts bestand aangepast worden. Dit is een basale netwerkconfiguratie en is alleen geschikt voor kleine netwerken met weinig eisen. De mysterieuze afkorting IPNAT staat voor Internet Protocol Network Address Translation. IPNAT stelt u in staat verkeer te routen van een intern netwerk naar een echt netwerk (internet). Dit betekent dat u met slechts één “echt” adres (zowel statisch als dynamisch) dat toegekend is aan een gateway gelijktijdig alle interne hosts verbinding kunt laten maken met het internet. Een aantal voorbeelden van het gebruik van IPNAT kunnen gevonden worden in de /usr/share/examples/ipf directory; kijk naar de BASIC.NAT en nat-setup bestanden. De opstelling die in het voorbeeld dat hier besproken wordt is afgebeeld in Figuur 8.1, “Netwerk met een gateway”. host1 kan door een internet provider te bellen met een modem verbinding met het internet maken, waarbij een dynamisch IP adres toegewezen wordt. host 2 en host 3 kunnen gewoonlijk geen verbinding met het internet maken: IPNAT stelt ze in staat dat te doen, host1 zal optreden als gateway voor hosts 2 en 3. Om IPNAT te kunnen gebruiken moet “pseudo-device ipfilter” aanwezig zijn in de kernelconfiguratie. U kunt als volgt controleren of dat het geval is bij de huidige kernel: # sysctl net.inet.ip.forwarding net.inet.ip.forwarding = 1 Als het resultaat “1” is als in het voorbeeld is de optie aanwezig in de kernelconfiguratie. Als het resultaat “0” is is de optie niet meegecompileerd. U kunt twee dingen doen:
In de rest van deze sectie wordt uitgelegd hoe u IPNAT kunt configureren zodat het automatisch gestart wordt wanneer er een PPP connectie met de provider is gemaakt. Met deze configuratie kunnen bijvoorbeeld alle machines op een thuisnetwerk verbinding maken met het internet via de gateway machine, zelfs als ze niet op NetBSD draaien. Maak eerst het /etc/ipnat.conf bestand aan met de volgende regels: map ppp0 192.168.1.0/24 -> 0/32 proxy port ftp ftp/tcp map ppp0 192.168.1.0/24 -> 0/32 portmap tcp/udp 40000:60000 map ppp0 192.168.1.0/24 -> 0/32 192.168.1.0/24 representeert de netwerkadressen die vertaald (mapped) moeten worden. De eerste regel van het configuratiebestand is optioneel, het zorgt ervoor dat actieve FTP verbindingen de gateway kunnen passeren. De tweede regel wordt gebruikt om TCP en UDP connecties correct af te handelen, het zorgt er namelijk voor dat er gebruik gemaakt wordt van een groot bereik van poorten (wat nodig is als veel machines van één IP adres gebruik maken). De derde regel wordt gebruikt om te zorgen dat de machines op het netwerk ICMP, ping, en dergelijke kunnen gebruiken. Maak het /etc/ppp/ip-up bestand aan, het zal aangeroepen worden wanneer de PPP verbinding geactiveerd is. Zorg dat de volgende regels in dit bestand staan: #!/bin/sh # /etc/ppp/ip-up /etc/rc.d/ipnat forcestart Maak het bestand /etc/ppp/ip-down aan, dit bestand zal aangeroepen worden als de PPP verbinding verbroken wordt. Zorg dat de volgende regels in dit bestand staan: #!/bin/sh # /etc/ppp/ip-down /etc/rc.d/ipnat forcestop Zowel ip-up als ip-down moeten uitvoerbaar zijn: # chmod u+x ip-up ip-down De gateway machine is nu gereed. Maak een /etc/resolv.conf vergelijkbaar met die van uw gateway. Voer het volgende commando uit: # route add default 192.168.1.1 192.168.1.1 is het adres van de gateway machine die in de vorige sectie is geconfigureerd. Natuurlijk wilt u niet iedere keer dit commando intikken, daarom is het beter “defaultroute” in het /etc/rc.conf bestand te configureren, of het adres op te slaan in /etc/mygate (met hetzelfde effect). Op deze manier wordt de default route automatisch tijdens het starten van het systeem ingesteld. Als de client machine geen NetBSD gebruikt zal de configuratie anders zijn. Op Windows PC's moet u de gateway instellen in de TCP/IP configuratie. Het instellen van de defaultroute of gateway en de te gebruiken nameservers is alles wat u hoeft te doen op clients. De volgende commando's kunnen behulpzaam zijn voor het onderzoeken van problemen:
| ||||||
|
|
|
Home :: Copyright :: Privacy :: Credits :: Get a free Linuxinfor Email Account Document on this page is part of "Het NetBSD Besturingssysteem". See Index Page for more info about Authorship and Copyright. 1999-2008 Linuxinfor.com. No rights reserved. |